Heeft de dood een leuke kant? Bestaat er naast leedvermaak ook doodvermaak? Bijna acht miljoen Nederlanders willen op hun graf een feestje bouwen maar polonaises en imitaties van André Hazes zijn in uitvaartcentra nog geen gemeengoed geworden. De echte humor zit in de stervende zelf. Met magere Hein aan het bed blijken mensen hun beste grap te kunnen verzinnen.

Met de dood hebben wij eigenlijk niets te maken, vond de Griekse filosoof Epicurus. Zolang we er zijn is de dood er niet en als de dood er is zijn wij niet meer. Dat is tegenwoordig wel anders. Uitvaartverzekeraar Achmea haalde kortgeleden de krant nog met het opmerkelijke bericht dat bijna de helft van alle Nederlanders van de eigen begrafenis een feestje wil maken. De feestneuzen zijn vooral jonge mensen voor wie de dood nog ver weg lijkt. Niet in Groningen hoor, liet een begrafenisondernemer meteen weten, bij hem waren het nog steeds sobere en plechtige gebeurtenissen. Dat is in de rest van Nederland niet anders. “De uitvaart is een onderdeel van de rouw van familie en vrienden en daar is weinig plaats voor polonaises of imitaties van André Hazes, serpentines en kratten bier”, zegt Willem van der Putten van de Stichting Grafzorg Nederland. “Als je de vraag op de goede manier stelt, zal iedereen zeggen dat het aan het eind van de avond best gezellig mag worden. Maar het moment zelf blijft plechtig.” Ondertussen maken uitvaartverzorgers het hun clientèle wel helemaal naar de zin: komt u bij ons vooral uw wensen registreren. Muziek, toespraken, catering, het hoeft allemaal alleen maar aangevinkt te worden. Probleem is dat zo’n wensenlijstje niet rechtsgeldig is. Een codicil is dat wel. In de wet staat heel nauwkeurig hoe zo’n codicil eruit moet zien. Iemand moet zelf, hoogstpersoonlijk zijn wensen met de hand op papier uitschrijven, helemaal voluit, zodat niemand aan de authenticiteit hoeft te twijfelen. “Ik Anna Maria de Vries, geboren toen en toen, wil na mijn overlijden begraven worden op Eik en Duinen. Ik wil een eigen graf voor 40 jaar, Het schilderij met zeegezicht gaat naar neef Piet en mijn ringen gaan naar nicht Marie en voor de rest mogen jullie doen wat jullie willen. Groeten, tante Sjaan.” Zolang kinderen bereid zijn de laatste wensen uit te voeren, maakt het niet uit of die staan beschreven in een wensenboekje of in een codicil. Maar als vader wil dat zijn as boven de Himalaya wordt uitgestrooid, kan alleen met een codicil via de rechter worden afgedwongen dat alle kinderen meebetalen aan de kosten van de hele onderneming.

Een codicil is voor uitvaartwensen praktischer dan een testament; het kan ook naast een testament worden gemaakt. Een testament wordt in de regel pas enkele weken na de begrafenis of crematie geopend en dan is het de mosterd en de maaltijd. Voor de echt leuke kant van de dood moeten we bij de overledene zelf zijn. De wetenschap dat magere Hein elk moment aan de bel kan trekken, maakt van een stervende vaak alsnog een lolbroek. Misschien door de angst voor het naderende eind of door berusting. Talloos zijn de verhalen van mensen die in hun laatste ogenblikken al dan niet gepaste grapjes maken, zoals de broer van de overgrootvader van schrijver Jeroen Brouwers. Toen deze in 1893 zijn dood voelde naderen legde hij zich in bed en stak een sigaartje op. Anderen kwamen erbij zitten, er werd wijn ontkurkt, er was bier en jenever; eieren, bitterballen en nootjes werden op schalen rondgedeeld. Vlak voor hij zijn laatste adem zou uitblazen werd hem zijn sigaartje afgenomen. De zus van de overledene schreef later: ‘Toen het mijne plicht was de lakens en dekens van hem af te slaan en hem te ontblooten van zijn bedhemd en sokken, ten einde hem te wasschen (…), ik kan mijn eigene verbouwereerdheid niet schilderen, trof ik rondom datgene wat het kenmerk des mans is (…) ene zijner laatste snaaksheden, hij had zich aldaar getooid met een sigarenband van het merk Leo XIII.’

Een leuke kant van de dood is het fiscale voordeel bij de aanschaf van een eigen graf.

Waar tot 2001 kinderen de kosten van een uitvaart van hun ouders konden aftrekken voor de inkomstenbelasting, is er tegenwoordig fiscaal alleen voordeel te halen bij het zelf kopen van een graf. Wie zijn kinderen dus niet op hoge kosten wil jagen (een beetje graf voor 100 jaar voor man en vrouw kost bij elkaar gauw ongeveer € 15.000, maar de kosten verschillen per gemeente), neemt een goede verzekering of regelt een graf. Zelfstandig een graf kopen levert beperkt voordeel op. Aftrekbaar is alleen de eerste aanschaf van het graf, meestal voor twintig jaar. Niet aftrekbaar zijn de kosten van tienjaarlijkse verlening van de grafrechten (om honderd jaar te liggen, moet dat nog acht keer). Het fiscale voordeel is netto uiteindelijk 5% van die € 15.000. Voordeliger wordt het om via een depot bij Grafzorg Nederland (www.grafzorg.nl) een graf te kopen. Een graf voor vader en moeder samen kost bij Grafzorg Nederland geen € 15.000 maar € 8.500. Via de fiscus komt ongeveer de helft van die € 8.500 terug. Daardoor kunnen de netto kosten van een graf voor 100 jaar tussen de 4.100 en 5.100 liggen. Van de aankoopsom betaalt Grafzorg Nederland de eerste termijn aan de begraafplaats en de rest wordt conservatief beheerd bij banken (ze moeten een netto-rendement maken van ongeveer 2,5% boven de inflatie). Dit rendement is zodanig dat dit graf voor 100 jaar in de familie blijft. (CASH)
(foto Lena Nicholson)