De haan kraait, vogeltjes fluiten, het gras is sappig, de twee eenden bij sterappelbomen zijn stamgasten. Soms liggen ze te zonnen op de buxushaag, dan weer poedelen ze in water dat zich in bandensporen gevormd heeft na een fikse regenbui. Carlo is wat paardenbloemen uit de grond aan het trekken die zich tussen de frambozenplanten ophouden. Carlo is een onderzoeker, heeft honger naar kennis. Vroeger op school maakte hij zulke lijvige werkstukken dat zijn leraar vaak verzuchtte: ‘Maar jongen,dat is toch helemaal niet nodig.” Portret van een frambozenkweker.

Fragment uit Frambozen:

Twee dagen tussen de frambozenstruiken
Eigenlijk ben ik helemaal geen frambozeneter. Misschien dat ik het altijd veel geld heb gevonden, zo’n doosje waarin je de frambozen op de vingers van twee handen kan tellen maar waarvoor je flink in de buidel moet tasten. Als je dat een keer doet en je dan ook nog eens slappe, waterige exemplaren eet – dat zit veel meer in mijn smaakherinnering dan de smaak van een volle, zoete, stevige framboos – hoef ik voorlopig niet meer. Ik denk dat ik mijn sporadische frambozen steeds in de verkeerde winkel heb gekocht. Vorig jaar belde uitgever Arjen me op dat we een boekje over frambozen gingen maken. Hij was een frambozenkweker tegengekomen die de geheimen van de frambozenteelt met ons zou willen delen. Een mooie kerel, gepassioneerde vrijdenker ook. Frambozenkweker en filosoof tegelijk. Op zijn bovenarm heeft hij een tatoeage uit een Tibetaans dodenboek, een bloem met de mantra’s OM-MA-NI-PAD-ME-HUM. Een kruising tussen een spreuk en een gebed. Dat is zijn mantra. Op zijn onderarm heeft ie zelf met naalden en Oost-Indische inkt een anker getekend, symbool voor de hoop. Twee dagen hebben we tussen de frambozenstruiken gelopen, mijn oren suizen nog na. Hij heeft een ongelofelijke drang om te zeggen wat hij vindt. Waar dan ook van.

Over de teelt van frambozen maar nog veel meer. Over intelligent design tegenover de evolutie, buitenaards leven en de Anonaki die ons als slaven gebruiken, over gemeentepolitici die alleen maar broodjes eten en over de wetenschap die nooit tot een andere conclusie kan komen dan dat één plus één twee is. Praten is voor hem een vorm van onophoudelijk zoeken en wroeten naar essentie. Met zijn oneliners poneert hij stellingen. Vaak confronterend, nooit politiek correct. De politicus draalt en spint, een filosoof hoort dat niet te doen, vindt hij. Op zondagmiddag ligt hij met een Ferrari-petje op zwijgend op de bank Formule 1-races te kijken.

Verderop in dit boekje staan de recepten met frambozen van een mooie verzameling chefs. Net zo goed als een schilderij van Van Gogh of Rembrandt in musea moet hangen zodat iedereen hem kan zien, moet ook iedereen kunnen smullen van de creaties van onze meesterchefs. Verwacht geen verhandeling over het netjes kweken van frambozen met allerlei Latijnse namen, chemische formules en groeicijfers maar inspiratie om te framboos te eten of ze eigenhandig te telen. Daar is niet veel voor nodig. De framboos groeit overal.

frambozen