Malta is een stipje in de Middellandse zee, honderd kilometer ten zuiden van Sicilië en niet veel groter dan Texel. Een kale rots, maar door de eeuwen heen door zijn ligging begeerd en overheerst door vreemde mogendheden. Als laatste door de Engelsen die er ook sporen hebben achtergelaten. Auto’s rijden links, niet-Engels sprekende Maltezers hebben vaak Engelse voornamen en de Maltezers telen aardappels. Langs de slingerende hoofdwegen die de soms meer dan duizend jaar oude steden en dorpen met elkaar verbinden, liggen tegen de heuvels de velden waar boeren de strijd tegen hitte aangaan. In de zomer kan het kwik op Malta oplopen tot 45°C, maar ook in het voorjaar is een temperatuur van boven de 30°C niet ongewoon. Landbouwgrond hoort ook eigenlijk niet op Malta. Alle vruchtbare grond op het eiland is van buiten aangevoerd en boeren zijn vooral bezig te voorkomen dat het weinige water dat uit natuurlijke bronnen komt de dunne laag grond meesleept naar zee. Zo’n duizend aardappelboeren telt Malta. Fulltimers en part-time boeren die ook slager zijn of bouwvakker. Mooie mensen waarin Arabisch bloed is vermengd met Italiaans bloed. Ze hebben gebruinde lichamen. Zwart haast. Het zijn tengere mensen, met korte benen of juist enorme kolossen met behoorlijke buiken. Hun gezichten en handen zijn gegroefd door het zware werk. Allemaal hebben ze eigen stukje grond. Vaak nauwelijks groter dan een tennisveld. En allemaal ommuurd met gestapelde keien om de aarde op z’n plek te houden.

Paul Bartolo is een van hen. Hij is boer vanaf zijn dertiende. In de koele avondzon is hij bezig aardappels te rapen op een stuk grond van een kwart hectare in een vallei in de buurt van Mdina, Malta’s vroegste hoofdstad. Hij heeft vijftien van zulke lapjes grond. Allemaal in deze vallei, vlak bij elkaar maar wel gescheiden. Hij is nu 73 en kan het niet laten. Hij doet het om zijn zoon Anthony van 34 het vak bij te brengen zoals zijn vader dat bij hem deed en ook om andere boeren in de vallei te helpen met zijn kennis van de aardappel. “Ik ben een oude man. Het zware werk laat ik aan mijn zoon over”, zegt hij lachend. Uit een plastic tasje haalt hij een logboek, een schriftje vol moddervlekken, waarin hij heel precies bijhoudt welke soorten hij op welke datum heeft geplant. Met zijn vingers graait hij naar de aardappel die Albert Heijn uit Malta importeert. “De droge omstandigheden leveren een mooie aardappel op”, zegt hij. “Hij krijgt weinig water, waardoor hij zijn smaak bijna volledig uit de grond haalt”, weet Paul.

Malta heeft geelvlezige aardappels en witvlezige. De kleur komt van de grond waar de aardappel in gedijt. In het zuiden groeien gele aardappels, in het noorden witte. Elk jaar exporteert Malta ongeveer tweehonderdduizend ton gele aardappels, eenderde van de totale oogst, naar Nederland. Een kruimige, smaakvolle aardappel. Dat begon honderd jaar geleden al.De oogst begint in april en eindigt half mei. De aardappels worden met de hand geoogst. Mannen, vrouwen, de hele familie doet mee. Kinderen van vijf of vijftien. Iedereen helpt. Blootvoets, want met laarzen aan beschadig je de grond, vinden ze.“Wij boeren houden vast aan tradities”, zegt Manuel Vella. Hij is 50. Zijn moeder, broer en zus staan ook in het veld. “Ploegen doen we met een ezel of een hond. Veel grond kun je met machines ook niet bij komen. We laten verder de natuur het werk doen. Soms wisselen we op een stuk grond de gewassen om de voedingsbodem niet uit te putten. Soms laten we het land braak staan. De zon doet dan zijn werk. De hitte in de zomer doodt alle ziekten.” Hij heeft een gebruinde kop en een grijns van oor tot oor. Hij is ook slager en heeft koeien en schapen. De koeien voor de slagerij, schapen voor kaas. Hij is een grote boer met tien hectare grond. Hij heeft vier dochters, in de leeftijd van 13 tot 22 jaar, maar die komen maar af en toe helpen.

De boeren leveren de aardappels in bij de broker. Een broker is de handelaar die de aardappelexport in handen heeft, een soort inkoper van de overheid. Bij de broker gaan de aardappels de sorteermachine in. De slechte exemplaren worden er uitgehaald. De kwaliteitscontrole gebeurt door overheidsdienaren. Op ziektes, maar ook kleur en vorm. De boer krijgt de netto kilo’s uitbetaald. Broker is Joseph ‘Joe’ Bondin. Joe leunt op zijn Dodge Truck. Een oude bak zoals er veel op het eiland zijn. Zuzu-l’Manju staat erop in flowerpowerletters. Gekocht in 1965 zegt hij, maar toen al zo’n vier jaar oud. “Dat ben ik”, zegt hij, “Zuzu de Grote.” Een truck beschilderen is een traditie. Maar dan is het genoeg. Joe roept dat er niet zoveel gekletst moet worden: “Doorwerken jullie!” De aardappels gaan in zakken van 1250 kilo de container in. In het seizoen vertrekt twee keer per week een schip naar Nederland. (Allerhande, AH)