De lichte, glazen kamer op de zevende verdieping van het stadhuis – Het IJspaleis – van Richard Meier biedt uitzicht op historisch Den Haag. De torens van het Binnenhof, het Vredespaleis, kerktorens en ook de toren van Bofill in de Archipelbuurt lijken hier pal naast elkaar te staan. Op het bureau van stadsbouwmeester Maarten Schmitt staat opvallend een ganzenveer en een potje inkt. Aan de muur hangt een collage van het centrum van Den Haag waarop een schilderij van Piet Mondriaan is geplakt. Het is de Victory Boogie Woogie die in meerdere opzichten een Haags schilderij blijkt te zijn. De titel stadsbouwmeester doet volgens Schmitt geen recht aan zijn werk. “Klinkt zo ouderwets. Alsof je gebouwen neerzet zonder context”, zegt hij. Stadsstedenbouwer staat er op zijn visitekaartje, maar als hij even later over zichzelf praat, ontglipt hem toch weer een paar keer de term stadsbouwmeester.

Schmitt is als stadsstedenbouwer verantwoordelijk voor de herinrichting van het gebied rond Centraal Station. Met een investering van ongeveer 750 miljoen euro moet op een gebied van vierhonderd vierkante meter – het CS-kwadrant – een nieuw levendig centrum ontstaan met kantoren, woningen, winkels, vermaak, openbaar vervoer, pleinen, stadsboulevards en veel roering, zoals Schmitt het noemt. Een lastige opgave omdat het spoor van het Centraal Station het gebied in tweeën deelt. Ooit waren er plannen om het spoor onder de grond te leggen. Maar die strijd is op een oor na verloren door de gemeente. “Als de gemeente toen een iets langere adem had gehad, een half uur of drie kwartier, had ze de Nederlandse Spoorwegen wel zo ver gekregen”, zegt Schmitt die verwacht dat het sporencomplex zich in de toekomst steeds verder terug zal trekken in de richting van het Prins Clausplein, zeker als de Binckhorst tot ontwikkeling komt.

De oplossing is compact bouwen. Heel compact. Compacter nog dan bij De Resident. Om maar die stedelijkheid te krijgen die Den Haag eigenlijk nooit gehad heeft. “Twintig jaar geleden was het Wijnhavengebied niet meer dan een grasveldje met twee ministeries en een verdwaalde Zwarte Madonna. Nu bestaat er een Turfmarktroute waarlangs verstedelijking plaatsvindt. Hier ontstaat samen met het station, VROM, de Resident en het Muzenplein een stadsboulevard met een heel programma aan wonen en werken. Met Den Haag Nieuw Centraal gaan we proberen die stadsboulevard door te trekken naar het Bezuidenhout. Met dezelfde kwaliteit als aan deze kant van het station. Ik vind dit project ook veel meer echt bouwen aan een stad dan rare projectontwikkeling”, zegt Schmitt die acht jaar bij het project betrokken is.

De Anna van Bueren-parkeergarage tussen CS en de Koninklijke Bibliotheek is intussen verdwenen. Op een enkele taaie ondernemer na, die zijn omzet tot de laatste dag niet kan missen, is ook Babylon klaar om gestript te worden. De wethouder sloeg begin maart symbolisch het eerste paaltje. Hier verrijst straks een nieuw Babylon met twee woontorens. Eén van honderd meter en één van 140 meter. Schmitt wijst aan op de kaart wat er gaat gebeuren in het CS-kwadrant. “De herontwikkeling van Babylon, de herinrichting van het Anna van Buerenplein, het Centraal Station zelf, het koningin Julianaplein met gebouw dat ontwerpen is door O.M.A., woontoren La Fenêtre naast het Bernardviaduct, een nieuw boekenhuis voor de Koninklijke Bibliotheek, het JuBi-gebouw voor Justitie en Binnenlandse zaken op de plek van de Zwarte Madonna en dan de herinrichting van de openbare ruimte.” En waar is De Lampion gebleven? “Die komt er wel, maar dat is niet De Lampion die is ontworpen door Remco Bruggink en Menno Homan van de Rijksgebouwendienst. De gemeente heeft van samenwerking afgezien, omdat er te lang niets gebeurde. Het initiatief voor De Lampion ligt nu bij ons en bij marktpartijen. Er zijn gesprekken met de Franse architect Jean Nouvel om er iets bijzonders van te maken. Voor we gaan bouwen moet er eerst een gebruiker voor gevonden worden. Het Museum voor Communicatie heeft belangstelling getoond.” Datzelfde speelt bij het ontwerp van O.M.A. dat vier dikke poten en een slurf heeft en De Olifant wordt genoemd. Schmitt is verrukt over het ontwerp en ziet het Malieveld en de Koekamp, die er pal tegenaan komen te liggen, al transformeren tot een Central Park. Maar lukt het niet om een gebruiker te vinden, dan blijven de ontwerpen voortleven als de cellofaantjes op de onafgemaakte Victory Boogie Woogie. Ook voor O.M.A. en Rem Koolhaas tikt de klok. Het ontwerp heeft een houdbaarheid van nog ongeveer een jaar. Daarna is de gemeente weer vrij om andere architecten te benaderen.

“Als stadstedenbouwer kijk ik naar het ontwerp van de stad, maar moet ik ook de culturele component in de gaten houden. Vooral de kwaliteitsborging in duurzame zin. Er is hier ook discussie met marktpartijen als het gaat om architectenselectie en de kwaliteit van de openbare ruimte. Den Haag is de enige stad in Nederland met een adviescommissie openbare ruimte. Een soort welstandscommissie die zich richt op kwaliteit van de ontwerpen voor de openbare ruimte. Dat valt bij de meeste gemeenten in schemergebieden tussen diensten en een welstandscommissie. Ik vind dat je kunt zien die hier aandacht is voor de openbare ruimte. Zeker als je dat vergelijkt met Rotterdam en Amsterdam. We zijn met bescheiden middelen in staat de openbare ruimte van Den Haag te borgen. Dingen die eerst nog wazig en vreemd waren, en als los zand aan elkaar leken te hangen, gaan nu op hun plaats vallen. Vergelijk het met Barcelona waar al in de jaren twintig van de vorige eeuw een diagonaal door de stad werd getrokken. Decennia lang liep je daar langs rommelige buurten en ineens af was de diagonaal af. Dat effect gaan we hier ook krijgen, misschien niet zo extreem, maar alles gaat op z’n plaats vallen. Gebieden gaan naar elkaar toe groeien, omliggende wijken krijgen andere perspectieven”, zegt Schmitt.

“Den Haag was zo’n vijftien jaar geleden een versnipperde stad. Het stadhuis was overal, publieke functies zaten overal, van de Javastraat tot de Bierkade. Op het Monchyplein zou een nieuw stadhuis komen, maar dat kwam dan weer buiten het centrum te liggen. Met het stadhuis op deze plek en een onderkomen voor het Residentieorkest en het Danstheater is een begin gemaakt met de vorming van een centrum dat Den Haag eigenlijk nooit heeft gehad. Dat hebben we te danken aan de toenmalige wethouder Adri Duyvestein die het stadhuis als letterlijke centrum van de stad benoemde. Den Haag is een gekke stad. Het ligt open in het landschap. Er heeft hier nooit een muur omheen gestaan. Het is ook niet zoals de meeste steden concentrisch opgebouwd, maar langs lange strandwallen die parallel aan de kust lopen. Op deze strandwallen is de stad gebouwd. Eerst de lange lijnen op het zand en daartussen korte dwarsverbanden. Dat heeft zich ontwikkeld tot een patroon van schering en inslag, maar die lijnen, dat is absoluut Haags. Dat dreigde in de jaren zeventig even teloor te gaan door een merkwaardige herstructurering van delen van de stad, maar de schade is grotendeels hersteld. Die Haagse lijnen hebben we ook geprobeerd terug te brengen in het centrum en nu ook in het CS-kwadrant, in een vierkant, zodat het niet meer zo vormeloos is, maar functies zo definieert dat er ook daadwerkelijk een centrum ontstaat. Een helder organiserend principe voor de stad. Een centrum dat serieus genomen wordt, is goed voor de kwaliteit en uitstraling. Het geeft Den Haag een enorme impuls richting andere delen van de stad. Het gaat iets langzamer dan was verwacht, maar je ziet mooie ontwikkelingen richting Hollands Spoor, in de Grote Marktstraat en achter Bijenkorf. Dat maakt de stad volledig.”

Het volgende project van formaat? “Om van Den Haag van een stad achter de duinen een stad aan zee te maken. De plannen van de Spaanse stedenbouwer Manuel de Solà-Morales voor een nieuwe boulevard liggen klaar. Het is nog wachten op geld uit Europa en marktpartijen die op de plannen mee willen liften”, zegt Schmitt. (Smaak, Rijksgebouwendienst)

Stadsstedenbouwer Maarten Schmitt op internet: http://schmittsfavorites.asweb.nl