Ton ter Vrugt is paddenstoelenman in Zupthen. Hij leerde paddenstoelen onderscheiden van z’n vader. “Mijn moeder was er bang voor. De kinderen mochten mee eten. Zij at niet mee om in geval van nood de dokter te bellen”, zegt Ton die naast paddenstoelen ook wilde kruiden en eetbare bloemetjes vindt. “Ik verzamel tachtig soorten, daar kan ik me niet mee vergissen. Paddenstoelen hebben geen giftig evenbeeld, zoals wordt gezegd. Ze zijn ook niet verdwenen. Een lagere grondwaterstand en wisselend weer dwingen paddenstoelen hooguit om te verhuizen. Ik vind ze nu op andere plekken dan vroeger met mijn vader. Maar het zijn er niet minder geworden. Waar ik ze vind? Dat ga ik niet zeggen.” Voor sterrenrestaurant ‘t Schulten Hues in Zutphen zoekt Ton morieljes (‘de kleintjes, die staan mooi op het bord’), eekhoorntjesbrood, cantharellen, gele stekelzwam en roodbruine slanke amaniet. Deze laatste soort heeft een holle steel die gevuld kan worden met een mousse. “Ik ben eigenlijk handelaar in filatelistische artikelen. Elf jaar geleden ging ik naar de Elzas voor een grote postzegelbeurs. Op dat moment stonden de bossen in Nederland vol met eekhoorntjesbrood. Ik vulde mijn vriezer en nam een partij mee naar een duur hotel met een goede kaart. Met dat eekhoorntjesbrood heb ik mijn kamer betaald en vanaf dat moment was ik commercieel.” Kennis van wilde kruiden heeft hij zichzelf aangeleerd met hulp van Franse kookboeken. Een doodgewone berm is voor Ton vindplaats van paarse viooltjes, blauw komkommerkruid, geel mosterdzaad, zevenblad en witte rucolabloemetjes. Acht maanden van het jaar struint Ton de bossen af langs vaste routes. “Mijn sandalen zien er niet uit, kreeg ik van de week te horen. Maar wat maakt mij dat nou uit?” (Portfolio) (foto Andrew E. Larsen)