Groenteleverancier Jan van Arragon, bruingebrande kop, kaplaarzen, heeft vier hectare jonge rivierklei langs de IJssel in Voorst en in Almen. Bioakker heet zijn bedrijf omdat gezonde groente begint met een akker die levend en actief is. Hij zaait er bloemen, groenten en fruit. Met de hand. Het stikt er van konijnen, reeën en fazanten. Dat gaat ten koste van de opbrengst, maar hij laat het zo. Alles groeit zoals het groeit en Jan plukt er de groenten tussenuit. “Ik probeer de wildernis na te bouwen en in die wildernis probeer ik mijn groenten te oogsten. Ik moet wel sturen, anders worden de groenten overwoekerd.” Onkruid noemt hij bijkruid omdat ze op de teelt een positief effect hebben. Ze beschermen tegen zon en wind, halen sporenelementen uit de grond, zorgen voor insectendiversiteit waardoor hij nooit bladluis vindt, er zit veel minder nitraat in de sla, en de gewassen bevatten geen overmatige stikstof. Jan gebruikt moderne, mooie, goed opbrengende rassen die niet snel ziek worden. “Ik ben geen zwever”, zegt Jan. “Het dynamische, het rekening houden met de kosmos, dat is volgens mij achterhaald.”

Hij rooft de grond niet leeg maar creëert een lustoord voor wormpjes, bacteriën en schimmels. Hij gebruikt ook geen mest. Ook niet van dieren. “Als ik te weinig jonge plantjes heb, gebruik ik af en toe perspotjes, maar eigenlijk wil ik dat niet. Want in de perspotjes zitten allemaal dierlijke producten, slachtafval, beendermeel, bloedmeel, ingewandenresten, dat is wel allemaal toegestaan in de biologische teelt, maar dat geeft mij geen goed gevoel.” Zonder mest doen zijn gewassen er weken langer over om te groeien. Hoe langzamer ze groeien, hoe meer smaak ze ontwikkelen. “Als je deze prei, die twee keer zo lang groeit als een normale biologische prei, gaat snijden, krijg je net als bij een ui tranen in de ogen.” (Portfolio)
(foto Cliff)